Uw eigen CROWDFUNDINGACTIE?

Weet u wellicht ook een project, dat te maken heeft met het mijnverleden of onze mijnstreek en dat in aanmerking zou kunnen komen voor een crowdfundingactie? Denk hierbij aan een restauratieproject, of een aankoop uit een privéverzameling. Laat het ons weten via het contactformulier op deze website. Wellicht kunnen we ook voor úw project een campagne opzetten en wie weet… wordt ook úw project gefinancierd en uitgevoerd!

Welke projecten kunnen in aanmerking komen?

Niet-verplaatsbare projecten worden uitsluitend uitgevoerd in de voormalige Mijnstreek. Verplaatsbare projecten kunnen echter, na een grondige beoordeling van Stichting De Mijnstreek, wel in aanmerking komen voor een crowdfundingactie.

OOSTELIJKE MIJNSTREEK

De Oostelijke Mijnstreek is een streek in Nederlands Zuid-Limburg. De naam ‘mijnstreek’ dateert uit de eerste helft van de twintigste eeuw toen in de streek rondom de kernen Kerkrade, Heerlen, Hoensbroek, Brunssum, Eygelshoven en Schaesberg de industriële steenkoolwinning van de in de Limburgse bodem aanwezige steenkool van de grond kwam.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek definieert het gebied van de Oostelijke Mijnstreek als: Onderbanken, Brunssum, Nuth, Heerlen, Landgraaf, Voerendaal, Kerkrade en Simpelveld.

Steenkool- en Bruinloolwinning

In de periode 1900 tot 1975 draaide de economie in de regio voornamelijk rondom de steenkoolwinning. Het economisch, sociaal en cultureel leven in die periode werd bepaald door de activiteiten rond de Staatsmijnen Wilhelmina, Emma en Hendrik en de particuliere mijnen Oranje-Nassau I t/m IV, de Lauramijn, de Juliamijn, de Domaniale mijn en de Willem-Sophiamijn. De streek behoorde tot de welvarendste gebieden van het land. In 1955 stonden de vier grootste gemeenten (Heerlen, Kerkrade, Brunssum en Schaesberg-Nieuwenhagen) uit de streek in de top 25 van gemeenten met het hoogste aantal hoge inkomens.

De streek kende ook een groot aantal bruinkoolgroeven. Een blijvende herinnering aan deze dagbouw zijn de vele vijvers zoals de koffiepoel op de Brunssummerheide en het Vijverpark in het centrum van Brunssum. De zandvlakte van de Brunssumerheide is niet natuurlijk maar bestaat uit zilverzand dat vrijkwam bij de ontginning van de bruinkoolmijn waar nu de koffiepoel ligt.

Na 1960 kreeg de steenkool snel concurrentie van andere andere energiebronnen zoals aardolie en aardgas. Door ontwikkelingen in de zeevaart konden kolen goedkoper van elders worden aangevoerd. In december 1965 werd tijdens een toespraak van minister Den Uyl van het kabinet-Cals aangekondigd dat de mijnindustrie zou worden gesloten omdat de exploitatie niet langer rendabel was. De sluiting verliep geleidelijk. Veel hoger opgeleide werknemers trokken in de periode 1960 – 1970 weg uit de regio om elders te gaan werken. In 1975 werd de laatste steenkoolmijn in de regio gesloten. Met de sluiting van de steenkoolmijnen verdween een groot aantal banen.

Nog steeds liggen onder Limburg grote voorraden steenkool en bruinkool op winbare diepte. Hoewel de steenkool uit de Oostelijke Mijnstreek op het laatst op 980 meter diepte werd gewonnen, liggen er strategische reserves op beter bereikbare diepten. De nieuwe Staatsmijn Beatrix onder het huidige Nationaal Park De Meinweg (buiten de Oostelijke Mijnstreek) is nooit in gebruik genomen. Ook liggen er in de Oostelijke Mijnstreek uitgestrekte lagen bruinkool. Winning is onder de huidige sociale en economische omstandigheden echter niet rendabel, daarnaast zou de grootschalige winning van bruinkool ook grote impact hebben op het landschap.

Luchtfoto Staatsmijn Beatrix 1961
Foto: www.demijnstreek.nl
WESTELIJKE MIJNSTREEK

De Westelijke Mijnstreek is het gedeelte van het Nederlandse Zuid-Limburg waar in de eerste helft van de twintigste eeuw het economisch, sociaal en cultureel leven werd bepaald door de activiteiten rond de Staatsmijn Maurits. Naast de Westelijke Mijnstreek wordt ook gesproken van de Oostelijke Mijnstreek. De Westelijke Mijnstreek omvat de gemeenten Beek, Schinnen, Stein en Sittard-Geleen. Het historische Sittard werd vroeger niet tot de westelijke mijnstreek gerekend, maar is door samenvoeging met de gemeente Geleen deel geworden van de Westelijke Mijnstreek en is ook door het CBS ingedeeld in deze streek. Schinnen is landelijker van aard en vormt een bufferzone tussen de Westelijke Mijnstreek en de Oostelijke Mijnstreek. Sinds 2000 daalt het inwonertal van de Westelijke Mijnstreek, vooral door vergrijzing. (tekst: Wikipedia)

Crowdfundingactie | Stichting De Mijnstreek